Veelgestelde vragen over banden

  • Welke banden horen onder welke auto?

    Indien u niet precies weet welke banden onder welke auto horen, dan kunt u dit via de website aan de hand van het kenteken van de auto opvragen. Ga naar "Zoek banden", voer het kenteken in, en u ziet vanzelf wat de juiste bandenmaat is.

  • Hoe lees ik de maat van mijn banden?

    De bandenmaat van uw banden vindt u op de zijkant van uw banden. Veel mensen weten niet precies hoe ze bandenmaten moeten lezen. Hieronder ziet u welke informatie op uw band staat en de uitleg over de juiste bandenmaten.

    Voorbeeld: Wat betekent de code 205/55 R 16 91W?

    205 staat voor de bandbreedte in mm
    55 is de verhouding van hoogte over breedte in procenten
    R is een code voor de bandenopbouw (R staat voor radiaal)
    16 staat voor de velgdoorsnede in inches
    91 staat voor het draagvermogen van de band (hier 530 kg)
    V is de snelheidsindex (V=tot 240 km/u, W=tot 270 km/u, ZR= meer dan 240 km/u)
    RF staat voor reinforced, een code voor extra versterkte banden
    XL staat voor extra load, een code voor extra versterkte banden

  • Wat is de juiste bandenspanning?

    De door de autoconstructeur voorgeschreven bandenspanning staat vermeld in de handleiding van de wagen en/of bijvoorbeeld op de binnenkant van de tankklep. Deze waarde kan evenwel verschillen, afhankelijk van de belasting en de gebruiksomstandigheden. Gemiddeld bedraagt de bandendruk ongeveer 2,5 bar. De bandenspanning dient bij normaal gebruik om de vier weken gecontroleerd te worden. Bij intensiever gebruik (bijvoorbeeld voor een lange rit, een hoge snelheid of een zware lading) controleert u de spanning van uw autobanden het beste nog eens extra.

  • Hoe meet ik de bandenspanning?

    U kunt uw bandenspanning meten bij de meeste tankstations. Bij het meten van de bandenspanning moet u met de volgende punten rekening houden:

    1. De band moet koud zijn wanneer u de bandenspanning opmeet
    2. Een verhoogde bandenspanning tijdens het rijden is volkomen normaal en mag niet gecorrigeerd worden.
    3. De bandenspanning van banden op dezelfde as moet altijd identiek zijn.
    4. De spanning kan wel verschillen tussen voor- en achteras.
    5. De ventieldopjes moeten stevig vastgeschroefd zijn zodat het ventiel beschermd is tegen stof en vuil. Zo kunnen lekken voorkomen worden.
    6. Defecte ventieldopjes moeten onmiddellijk vervangen worden.
  • Hoe ga ik om met mijn reservewiel?

    Veel autorijders kunnen zich niet herinneren ooit hun reservewiel nagekeken te hebben. De verrassing na pech of een ongeval is dan des te groter, zeker wanneer men de service van een mobiele pechdienst in rekening neemt. Vaak is het reservewiel of noodwiel niet opgepompt of heeft het andere schroeven dan de aluminiumvelg.

    Bedenk dat ook voor het reservewiel de minimum profieldiepte 1,6 mm is.

  • Hoe maak ik mijn banden schoon?

    Ook banden moeten regelmatig schoongemaakt worden. Het schoonmaken van de banden is vooral belangrijk als ze opgeslagen worden, wanneer u uw zomerbanden voor winterbanden wisselt en vice versa. Gebruik geen reinigingsmiddel dat oplosmiddel of olie bevat. Deze kunnen het rubber beschadigen. U maakt uw banden best schoon met schoon water, zeep en spoelmiddel.

    Als u voor het wassen van uw auto een hogedrukreiniger gebruikt, moet u op het volgende letten:

    Banden mogen nooit met een rondstraler gewassen worden. Bij het reinigen met een vlakstraler of een zogenaamde modderspuiter moet een minimale afstand van 20 cm aangehouden worden.

  • Hoe bescherm ik mijn banden?

    Een te hoge belasting van uw banden, zoals het nemen van een ‘vliegende start’, remmen met geblokkeerde wielen of een te hoge snelheid in de bochten, leiden altijd tot vroegtijdige slijtage en verminderen de rentabiliteit van de band. Stoepranden kunnen verborgen beschadigingen aan de band veroorzaken die pas later zichtbaar worden. Het gevaar bestaat dan bij hoge snelheden een klapband op te lopen, met alle gevolgen van dien. Ook spijkers, defecte ventielen of beschadigde velgen veroorzaken langzaam luchtverlies met het risico op een klapband. Daarom is een regelmatige controle van de bandenspanning noodzakelijk.

  • Waarom nieuwe banden?

    Waarom koopt u beter nieuwe banden in plaats van het loopvlak van uw huidige banden te vernieuwen of gebruikte banden onder de wagen te zetten?

    Nieuwe banden koopt u niet alleen vanuit esthetisch oogpunt. Naast een verhoogde veiligheid door een volledige profieldiepte, rijden nieuwe banden ook vlotter. De nieuwe banden worden bovendien uitgebreid getest door de fabrikant en garanderen zo een optimale veiligheid voor u en uw voertuig.

    Het gebruik van tweedehands banden zoals ze soms bij de autohandelaar te koop zijn, wordt sterk afgeraden. Het is namelijk moeilijk te achterhalen hoe de banden door hun vorige eigenaar gebruikt zijn en bijvoorbeeld hoe ernstig een band langs de binnenkant beschadigd is door bijvoorbeeld aanrakingen met de stoeprand. Zulke beschadigingen kunnen tot een lekke band of een klapband leiden.

    Het wordt aangeraden nieuwe banden de eerste 200 tot 300 kilometer rustig in te rijden, dit om het loopvlak te laten wennen. Daarna kan de volledige capaciteit van de band gebruikt worden.

  • Zijn winterbanden verplicht?

    Binnen de Europese landen gelden er verschillende regels voor winterbanden. In het ene land zijn winterbanden verplicht, in het andere land weer niet. Daarnaast zijn er nog uitzonderingen zoals winterbandenplicht in verschillende tijdperiodes, bij winterse omstandigheden of wordt het aangegeven met borden langs de weg wanneer winterbanden verplicht zijn. In het geval van verplichting bij winterse omstandigheden gaat het om sneeuw, ijzel of gladheid.

  • Waaraan zijn winterbanden te herkennen?

    Winterbanden zijn te herkennen aan het speciale profiel en het sneeuwvloksymbool. Ook banden met een M+S aanduiding op de band worden als winterband beschouwd. Winterbanden moeten een minimale profieldiepte hebben van 4 mm. Indien dit niet het geval is, dan zijn de lamellen weggesleten waardoor de band de specifieke winterse eigenschappen verliest.

  • Kan ik aansprakelijk worden gesteld als ik niet met winterbanden rijd?

    Winterbanden zijn niet alleen voor uw eigen veiligheid. Ook kunt u in sommige landen aansprakelijk worden gesteld voor schade als u betrokken raakt bij een ongeluk en niet beschikt over winterbanden. Kies voor veiligheid, kies voor winterbanden.

  • Wat is de juiste manier voor de opslag van mijn zomer/winterbanden?

    Als u uw banden niet goed opslaat, veranderen de fysieke eigenschappen van uw band. Daardoor kan de levensduur verminderden en kunnen uw banden in bepaalde omstandigheden zelfs onbruikbaar worden. Door een goede opslag kan het verouderingsproces echter drastisch vertragen. Indien u uw banden wilt opslaan, vindt u hieronder enkele belangrijke tips die u moet respecteren; zij helpen u de levensduur van uw banden te garanderen.

    De banden moeten in een droge, koele en donkere ruimte opgeslagen worden. Voordat u de banden verwisselt, geeft u best met een krijtje de looprichting en de positie aan waar de banden gemonteerd zaten. Dan moeten de banden een grondige reiniging ondergaan, waarbij de steenresten verwijderd worden. De ruimte moet bovendien vrij zijn van olie, benzine, vet of andere chemicaliën omdat deze de rubberlaag kunnen aantasten en daardoor de levensduur ernstig kunnen verkorten. Banden met velgen mogen in geen geval rechtop staan. Het beste kunnen ze hangend of liggend (op een pallet) bewaard worden. Banden zonder velgen moeten daarentegen rechtop worden opgesteld en om de vier weken een stukje gedraaid worden, om drukplekken te vermijden. Ophangen of stapelen kan hier best vermeden worden. Bij het opnieuw in gebruik nemen van de opgeslagen banden moet u de banden eerst controleren op eventuele schade, of de band niet versleten is en of de profieldiepte nog toereikend is. Zo verhindert u ongelijkmatige slijtage.